top of page

Interview Parool met Bart Walet over boek Hoop en wanhoop Joden in Amstelveen 1930–1970

  • 22 mei
  • 3 minuten om te lezen

Toen Stichting Amstelveen Oranje hem vroeg een boek te schrijven over de oorlogsjaren, zei Bart Wallet (48) niet direct ja. Àls hij het verhaal zou vertellen, dan niet alleen van de periode 1940-1945. “Juist voor en na de oorlog ligt het eigen verhaal van Amstelveen,” zegt de hoogleraar Joodse studies aan de Universiteit van Amsterdam. Zo begint het interview door Sarah Kesselaar voor het Parool 22 juni 2026. De aanleiding is het boek Hoop en wanhoop Joden in Amstelveen 1930-1970 dat recent is uitgekomen. Lees het interview. Wie de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Amstelveen wil begrijpen, moet verder kijken dan de oorlogsjaren alleen. Dat is de kern van het interview dat Het Parool had met hoogleraar Joodse studies Bart Wallet naar aanleiding van zijn boek Hoop en wanhoop: Joden in Amstelveen 1930-1970. Volgens Wallet ligt het eigen verhaal van Amstelveen juist vóór én na de Tweede Wereldoorlog.

 

Volgens Wallet ligt het eigen verhaal van Amstelveen juist vóór en na de Tweede Wereldoorlog. Daarom koos hij ervoor de geschiedenis niet te beperken tot de jaren 1940-1945. Ook wil hij af van een beeld waarin Joodse geschiedenis uitsluitend draait om vervolging en slachtofferschap. In zijn onderzoek laat hij zien hoe Joden, ook onder steeds moeilijkere omstandigheden, zelf keuzes maakten en hun leven probeerden vorm te geven.


De Joodse gemeenschap in Amstelveen ontstond in de jaren dertig. Amsterdamse Joden trokken naar nieuwe wijken als Elsrijk en Randwijck, waar zij rustiger en groener konden wonen. Vanaf 1933 vestigden zich ook Joodse vluchtelingen uit Duitsland in Amstelveen. Juist omdat beide groepen nieuw waren, ontstond er een hechte samenwerking. In 1937 werden de eerste synagogediensten gehouden en een jaar later kreeg Amstelveen een eigen synagoge.


Tegelijkertijd namen de spanningen toe. In de nieuwe woonwijken werd relatief veel op de NSB gestemd en Joodse inwoners kregen steeds vaker te maken met openlijke anti-Joodse propaganda. Wallet beschrijft hoe inwoners zich daar al vóór de oorlog tegen uitspraken, onder meer met een petitie aan de gemeenteraad.


Over de oorlogsjaren wilde Wallet niet alleen de deportaties beschrijven, Hij brengt daarom zowel de routes van vervolging als de routes van overleven in beeld. De verschillen tussen beide waren vaak klein. Veel mensen volgden vergelijkbare wegen, maar toeval, verraad of juist een onverwachte kans bepaalden regelmatig de afloop.


Van de 448 Joodse inwoners van Amstelveen overleefden er 251 de oorlog. Dat was aanzienlijk meer dan het landelijke gemiddelde. Volgens Wallet kwam dat onder meer doordat veel inwoners seculier waren, gemengd gehuwd waren of al ervaring hadden met het naziregime. Ook een netwerk van niet-Joodse contacten en voldoende financiële middelen konden het verschil maken bij het vinden van een onderduikadres.


Na de oorlog leek de Joodse gemeenschap vrijwel verdwenen. Toch groeide Amstelveen vanaf de jaren vijftig opnieuw uit tot een belangrijk centrum van Joods leven. Joden uit andere delen van Nederland vestigden zich in Amstelveen vanwege de combinatie van een groene woonomgeving en de nabijheid van de Joodse voorzieningen in Amsterdam. In 1959 werd de Algemeen Joodse Vereniging Amstelveen opgericht. Volgens Wallet gaf juist deze vereniging de Joodse gemeenschap in Amstelveen een eigen karakter. Niet religieuze instituties stonden voorop, maar ontmoeting en verbondenheid. Die ongedwongen sfeer onderscheidde Amstelveen van Amsterdam. Juist na de oorlog wilden veel overlevenden laten zien dat Joods leven niet alleen werd bepaald door verlies, maar ook weer ruimte bood voor gemeenschap, ontmoeting en het samen vieren van het leven.



 
 
bottom of page