top of page

Jom Hasjoa herdenking 2026 in Amstelveen - terugblik

  • 1 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen


Op maandag 14 april vond, bij het namenmonument Nooit meer teruggekomen aan de Prins Bernhardlaan in Amstelveen,  de jaarlijkse Jom Hasjoa herdenking plaats.


Op Jom Hasjoa, de dag van de Sjoa (Hebreeuws voor catastrofe), wordt in de gehele wereld de moord op zes miljoen Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog herdacht. 102.000 Nederlandse Joden zijn  het slachtoffer geworden van de Holocaust. Van de Joodse inwoners die gedwongen uit Nieuwer Amstel (Amstelveen) moesten vertrekken zijn er 190 niet meer teruggekomen. Gestorven van uitputting op de vlucht of vermoord in concentratie- en vernietigingskampen.


Een belangrijk moment tijdens de herdenking was de aanvulling van het namenmonument. Na eerder onderzoek bleek dat een naam onterecht was opgenomen en dat 25 namen ontbraken. Deze namen zijn dit jaar toegevoegd en één voor één uitgesproken. Daarmee staat het totaal aantal namen nu op 190, een indringende herinnering aan de omvang van het verlies.


Tijdens de bijeenkomst klonken drie toespraken die ieder vanuit een eigen perspectief betekenis gaven aan deze herdenking. Wij delen ze als downloadbaar document.


David Serphos, voorzitter Stichting Zikna

David Serphos opende zijn bijdrage met een woord van dank aan Hugo van der Kooij, die recent afscheid nam van Stichting Amstelveen Oranje. Hij sprak met waardering over diens jarenlange, en bepalende, inzet voor herdenken en vieren in Amstelveen. Als drijvende kracht stond Van der Kooij mede aan de basis van onder meer het namenmonument, de jaarlijkse Jom Hasjoa herdenking in Amstelveen en het bredere project Nooit meer Teruggekomen, waaraan Serphos nauw met hem samenwerkte. Met deze erkenning benadrukte hij hoe belangrijk individuele betrokkenheid is voor het levend houden van de geschiedenis in de stad.


Aansluitend stond Serphos stil bij de betekenis van herdenken zelf. Hij onderstreepte dat herinnering en educatie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het doorgeven van verhalen is noodzakelijk om de geschiedenis levend te houden, juist voor nieuwe generaties. Herdenken is daarmee niet alleen een moment van terugkijken, maar ook een opdracht voor het heden en de toekomst.


Herbert Raat, Locoburgemeester Amstelveen

Herbert Raat sprak over de rol van de gemeente in het levend houden van deze geschiedenis. Hij benadrukte dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn en dat het noemen van namen, en het vertellen van persoonlijke verhalen, helpt om de slachtoffers weer als mensen zichtbaar te maken. Daarmee krijgt herdenken een concrete en lokale betekenis.


Hans Weijel, vicevoorzitter van het Centraal Joods Overleg

De toespraak van Hans Weijel gaf een indringend beeld van de huidige werkelijkheid waarin de Joodse gemeenschap leeft. Hij sprak over de pijnlijke constatering dat, 81 jaar na de bevrijding, antisemitisme opnieuw zichtbaar en voelbaar is in de samenleving. Waar Joden zich destijds moesten verbergen om te overleven, ervaren sommigen vandaag de dag opnieuw de neiging om hun identiteit te verbergen.


Tegelijkertijd maakte Weijel een belangrijk onderscheid: waar de overheid tijdens de oorlog faalde, biedt zij nu bescherming. Maar volgens hem is fysieke beveiliging niet voldoende. Hij riep bestuurders en instellingen op om niet alleen stelling te nemen tegen antisemitisme, maar ook daadwerkelijk te handelen wanneer grenzen worden overschreden. Hij noemde voorbeelden uit het onderwijs en de publieke ruimte waar volgens hem duidelijker en consequenter moet worden opgetreden.


Weijel sprak ook over het dagelijks ervaren onveiligheidsgevoel bij Joden in Nederland. Hij benoemde situaties waarin antisemitische uitingen onvoldoende worden aangepakt en benadrukte dat vrijheid van de één nooit ten koste mag gaan van de veiligheid van de ander.


Zijn toespraak eindigde met een oproep aan de Joodse gemeenschap zelf: om zichtbaar te blijven, het Joodse leven te blijven vieren en zich niet terug te trekken. Niet vanuit naïviteit, maar vanuit veerkracht. Zijn woorden onderstreepten een houding van waakzaamheid en verbondenheid: aanwezig blijven, bijdragen aan de samenleving en laten zien dat de Joodse gemeenschap onlosmakelijk deel uitmaakt van Nederland.


De ceremonie kreeg verdere verdieping door het Jizkor – Gebed voor de zielerust van de slachtoffers van de Sjoa, onder leiding van Naftali Elburg. Samen met de muzikale bijdrage van Mariëtte Landheer op cello gaf dit de plechtigheid ruimte voor stilte en reflectie.


De herdenking in Amstelveen laat zien hoe belangrijk het is om namen te blijven noemen en verhalen levend te houden. Juist in een tijd waarin vrijheid niet vanzelfsprekend is, draagt deze bijeenkomst bij aan bewustzijn en verbondenheid in de stad.



 

 
 
bottom of page