De geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Amstelveen van 1930-1970 door Bart Wallet
- 1 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

Al vóór de Tweede Wereldoorlog vonden veel Joodse gezinnen in Nieuwer Amstel (Amstelveen genoemd sinds 1964) een nieuwe woonplaats. Sommigen kwamen uit Amsterdam, anderen waren gevlucht voor het opkomende nazisme in Duitsland en Oostenrijk. Ze hoopten in Amstelveen een veilige toekomst op te bouwen.
Met de Duitse bezetting veranderde alles. Joodse inwoners werden stap voor stap uitgesloten, vervolgd en gedeporteerd. Toch kent deze donkere periode ook verhalen van moed en medemenselijkheid. In Amstelveen hielpen inwoners, kerken en verzetsmensen Joodse plaatsgenoten onder te duiken. Een bijzonder voorbeeld is ds. D. Boon, die onderduikers wist onder te brengen in het hervormde bejaardentehuis Vredeveld. Dankzij zulke initiatieven overleefden relatief veel Joodse Amstelveners de oorlog.

Na de bevrijding begon een nieuw hoofdstuk. Waar veel Joodse gemeenschappen in Nederland verdwenen of nauwelijks meer herstelden, groeide die in Amstelveen juist verder. Nieuwe gezinnen vestigden zich in de gemeente en bouwden samen aan een bloeiende gemeenschap. Daardoor werd Amstelveen, na Amsterdam, de grootste Joodse woonplaats van Nederland.
Historicus Bart Wallet beschrijft deze bijzondere ontwikkeling in zijn nieuwe boek Hoop en wanhoop. Joden in Amstelveen, 1930-1970. In een interview met het Reformatorisch Dagblad vertelt hij waarom juist Amstelveen zo'n unieke plaats inneemt in de geschiedenis van Joods Nederland. Het interview laat zien hoe hoop, verlies, veerkracht en een nieuw begin onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een verhaal dat niet alleen over het verleden gaat, maar ook laat zien hoe belangrijk het is om deze geschiedenis te blijven vertellen. Nieuwsgierig geworden? Lees het volledige interview met Bart Wallet in het Reformatorisch Dagblad.


